Zorgverzekeraars moeten voorkeursbeleid CDK4/6-remmers staken.
Alle zorgverzekeraars van Nederland en hun brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) moeten het voorkeursbeleid staken dat zij vanaf 1 januari 2025 hebben ingevoerd voor CDK4/6-remmers. Het gaat om geneesmiddelen die onderdeel uitmaken van de palliatieve behandeling van vergevorderde of uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker. Dat bepaalt de kortgedingrechter.
en aantal jaar geleden ontdekten onderzoekers de zogenaamde CDK4/6-remmer. Het gaat om een alternatief voor de standaard hormoonbehandeling van vergevorderde of uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker (een palliatieve behandeling).
Drie verschillende farmaceuten ontwikkelden vervolgens ieder een eigen remmer en brachten dit middel op de markt. Deze CDK4/6-remmers zijn in 2017 tot 2019 - in het kader van een pakketadvies - beoordeeld door het Zorginstituut Nederland (ZiN). De beoordeling vond plaats aan de hand van de op dat moment beschikbare wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Dit leidde tot de conclusie dat de CDK4/6-remmers alle drie voldoen aan de stand van de wetenschap en de praktijk en dat zij een gelijke therapeutische waarde hebben.
Remmers niet gelijkwaardig en onderling uitwisselbaar:
Sinds de pakketadviezen van het ZiN zijn diverse wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd. Daarbij verkregen ze ook resultaten over de verlenging van de levensduur van patiënten die worden behandeld met de CDK4/6-remmers. Sommige van deze resultaten komen erop neer dat bij gebruik van twee van de drie remmers een langere levensduur wordt behaald (ribociclib en abemaciclib). Bij de derde remmer komt dat niet zo duidelijk naar voren (palbociclib). De farmaceut van ribociclib en de zorgverzekeraars zijn het niet eens over de bewijskracht van deze resultaten.
Volgens de rechter leiden alle onderzoeken en resultaten er in ieder geval toe dat op dit moment niet langer kan worden volgehouden dat de drie CDK4/6-remmers voldoende gelijkwaardig en dus onderling uitwisselbaar zijn.
Inkoopbeleid staken:
Vanaf 1 januari 2025 voeren de zorgverzekeraars een voorkeursbeleid ten gunste van palbociclib. Het gaat om financiële maatregelen die de ziekenhuizen enerzijds stimuleren om palbociclib voor te schrijven en anderzijds ontmoedigen om ribociclib en abemaciclib voor te schrijven. Dit beleid kan ervoor zorgen dat ziekenhuizen alleen het voorskeursmiddel aan hun patiënten kunnen voorschrijven, omdat de andere twee remmers maar voor een deel worden vergoed en voor de ziekenhuizen dus te duur zijn. In dat geval is dat onrechtmatig tegenover de patiënten (de verzekerden bij de zorgverzekeraars) die recht hebben op verzekerde zorg als zij die nodig hebben. Dat is dan ook onrechtmatig tegenover de farmaceuten van de andere CDK4/6-remmers. Daarnaast is onzorgvuldig gehandeld bij het aanwijzen van het voorkeursmiddel. Een objectieve en eerlijke prijsvergelijking ontbreekt volgens de rechter. Dit betekent dat het inkoopbeleid moet worden gestaakt.
Bron: www.rechtspraak.nl